Al sinds ik mij kan herinneren heb ik de grootst mogelijke moeite met het ontvangen van cadeautjes. Complimenten zijn al lastig – vooral complimenten die je nooit eerder hebt gehad; persoonlijke observaties waardoor je je in een enkele seconde beter gezien voelt dan in het hele jaar daarvoor – maar het grote gemak bij complimenten is dat de verlossing groot en spoedig is: dankjewel – en door naar het volgende onderwerp.
Maar dan cadeaus.
Bij cadeaus is dankjewel niet genoeg, omdat er een mening moet worden gegeven, een beschrijving van een innerlijk proces, op z’n minst dankbaar en het liefst uit het veld geslagen. Kom, vertel eens, wat gaat er door je heen nu je dit hebt gekregen?
Niemand stelt letterlijk die vraag, maar de ogen doen dat wel, ook de ogen van de andere visite; iedereen wacht op een afronding van de transactie en die moet komen van jou, de gelukkige, want je bent toch gelukkig? Je bent toch heel blij met dit cadeau? Kom, laat eens zien en horen hoe blij je wel niet bent. Doe maar met een iets hogere stem dan normaal, maar ook weer niet zo hoog dat iedereen kan horen dat je expres iets hoger praat dan normaal.

Natuurlijk speelt dit proces zich vooral en misschien zelfs uitsluitend af in je eigen hoofd. Je denkt in dezelfde belevingswereld te zitten als degene die het cadeau heeft gegeven, zelfs in die van iedereen in de kamer, terwijl je eigenlijk heus wel weet dat de helft zich afvraagt wanneer deze verjaardag voorbij is, of hoe je in zo’n korte tijd zo’n dikke nek hebt gekregen.
Maar op het moment zelf biedt die wetenschap geen enkele troost.
Daarom ben ik dol op pakketjes die onmiddellijk verraden wat erin zit. Dan kan ik al tijdens het scheuren van de verpakking beginnen aan mijn reactie, met als zalig voordeel dat ik iets om handen heb. ‘Ik weet het al,’ zeg ik dan, en begin te scheuren. ‘Hier ben ik heel blij mee.’ De aandacht van de gever wordt automatisch gelijk verdeeld over het scheuren en over mijn reactie, waardoor de eventuele onechtheid van mijn blijdschap onopgemerkt blijft. Als de gehele verpakking dan is verwijderd, hoef ik het alleen nog tevreden op te houden. Kijk eens, mensen. Dit heb ik gekregen. Ik wist al wat het was, dus nu zijn jullie aan de beurt.
Helaas staat het leven haaks op de wensen van de mens. Over het algemeen heb ik geen idee wat ik krijg. Niet alleen omdat ik weinig aan vormen te herkennen cadeaus ontvang, maar ook omdat de paniek al is begonnen zodra ik het cadeau zie, en in paniek is raden een halszaak. Dan ontstaat er een heel vreemd proces waarin ik probeer te bedenken hoe ik zal reageren, zonder te weten wat ik krijg. Ik schraap alvast mijn keel, kruip in de rol van een dankbaar mens en zet mij schrap om die rol tot in de puntjes te vervullen.
‘Wauw,’ zeg ik dan, als een jaren 90-versie van Siri. ‘Hier ben ik blij mee.’
Iedereen die op dat moment meer wil zien dan alleen vrolijkheid heeft door dat ik lieg. Maar dat is nog wel het merkwaardigste van dit alles: ik lieg, terwijl ik achteraf met terugwerkende kracht niet heb gelogen, maar deed alsof ik loog omdat het me niet lukte om te doen wat ik echt was: blij met het cadeau. In gewonemensentaal: ik ben op zo’n moment blij met wat ik krijg, maar omdat ik weet dat ik blij moet ogen, lijk ik dat niet. Maar ik ben het wel.
Of ben ik het niet, en denk ik alleen dat ik blij ben, omdat ik dat graag wil zijn? Zo word ik overrompeld door vragen over de realiteitswaarde van intenties, het verschil tussen oprecht en gespeeld gedrag en of er überhaupt een oorzaak-gevolgrelatie bestaat tussen denken en doen – en dat allemaal terwijl tante Katrijn gewoon wil weten wat ik van mijn nieuwe staafmixer vind.
‘Geweldig,’ zeg ik dan. ‘Echt. Dit is precies wat ik zocht.’ Ik geloof er zelf geen reet van. Maar ik meen het wel.
Het beste cadeau is: liefdevol ontvangen!