We hadden de bank alvast in de hal van het appartementencomplex gezet, de kopers kwamen uit Friesland, ze waren er bijna. Terug in de woonkamer, gezeten op ongemakkelijke eettafelstoelen omdat de nieuwe bank nog bezorgd moest worden, stelden we ons voor dat de oude bank precies op dit moment door iemand gestolen werd. In de lift naar beneden voelden we die fantasie een mogelijkheid worden en toen de deuren opengingen kon het al niet meer anders.
Ik had nog nooit zo’n lege hal gezien.
We lieten het stel uit Friesland binnen om ons met z’n vieren druk te maken.
‘Dat meen je niet,’ zei de man.
‘Hoe kan dit?’ vroeg ik.
‘Maar dat meen je niet.’
Zo bleven we de verbazing een tijdje overgooien. Daarna ging de man die de verdwenen bank wilde kopen buiten kijken. Ik ging binnen langs de deuren.
‘Heb jij misschien een bank gezien?’ vroeg ik aan vrouwen in pyjama’s en badjassen. ‘Ja, een beetje een rare vraag, maar we zijn onze bank kwijt.’ Waarmee ik bedoelde: heb jij mijn bank gestolen?
De bewoners lachten, behulpzaam en onschuldig, acteren zat er niet bij, besloot ik even gauw, en ging door naar de volgende, maar de meeste deuren bleven gesloten. Misschien beneden proberen, via de intercom, dan voelde de dief zich minder bedreigd.
Door de harde wind kon ik niks en niemand verstaan en ik had ook nog eens geen idee welke nummers ik nog moest of juist niet, dus wie weet waren dezelfde vrouwen nu aan het uitleggen dat ik ze al had gesproken, nee, dat ze echt geen bank hadden gezien en dat ik een lul was.
De man uit Friesland kwam aanlopen. ‘Niks?’
Alsof ik de bank misschien achter mijn rug had verstopt.
‘Nee,’ zei ik. ‘Nog steeds niks.’
Toch maar weer naar boven, want hallo, ik liet toch niet zomaar over me heen lopen, het zal even lekker worden, zomaar een bank stelen. Mijn vriendin, die misschien genoeg had van het gebabbel met de vrouw uit Friesland, want als de grootste spanning van een onverwachte situatie eenmaal is weggeëbd sta je natuurlijk gewoon met een vreemde in een hal, wilde wel mee, dus daar gingen we, op naar gerechtigheid.
De eerste deur was meteen raak.
De aanwijzingen dienden zich al aan nog voordat er open werd gedaan. ‘Ja?’ zei een aarzelende stem. Sloten gingen eraf, de deur kwam op een kier te staan en daartussen verscheen het gezicht van de dief.
Of hij misschien een bank had gezien.
De deur ging verder open en daar stond ons kind, ons lieve bankje, recht overeind in de donkere gang van een vreemd huis. Zijn kussens waren van hem af getrokken, ik wilde hem zijn kleren weer aandoen en bij ons in bed stoppen, maar eerst moest ik die dief spreken.
‘Mogen we die terug?’
Het ongewone was inmiddels het krankzinnige genaderd, waardoor ik geen idee meer had of ik boos moest zijn of blij, ik wilde in elk geval die bank terug, zo snel mogelijk en ja, eindelijk, daar kwam een vrouwelijke handlanger achter de mannelijke dief vandaan om de kussens aan te geven, nou, vooruit, neem maar mee dan.
Toen we de bank naar de lift schoven, werd achter ons geroepen: ‘Jullie hebben geluk gehad.’
De blijdschap verdween. ‘Gelúk dacht je?’
De dief kwam op zijn sokken achter ons aan. Als het vechten wordt, dacht ik, dan krijg ik corona. Maar achter mijn kont gingen de liftdeuren dicht.
De kopers uit Friesland, inmiddels onze vrienden, waren opgelucht. Ja, ze wilden de bank nog wel even proberen, met z’n tweetjes naast elkaar in onze hal.
‘Zullen wij ‘m optillen?’ vroeg de man toen we buiten voor zijn aanhanger stonden, dronken van een gezamenlijk avontuur. ‘Samen moet dat lukken.’
En of dat lukte.
Wat een avontuur Dave! X
Heel leuk geschreven Dave! Ik zie het zo voor me…
Zo benieuwd naar het perspectief van de dieven. Hoop op een vervolg!
Volgens mij kan je dus prima met 1,5 meter afstand veilig een lowkick uitdelen. Maar echt, wat een tuig.