Hoe breng je slecht nieuws? Mijn oudste broer had vroeger de tactiek van het oeps-momentje. Zo noemde hij dat. ‘Mam, pap,’ zei hij dan, zo diplomatiek als hij kon, ‘niet schrikken, maar ik had vandaag een oeps-momentje.’ En dan wisten mijn ouders dat er iets vreselijks was gebeurd.
Wat natuurlijk niet zijn bedoeling was. Het oeps-momentje moest de boel juist verzachten, de paniek afwenden.
Het klinkt ook aannemelijk: hoe liever de inleiding, des te kleiner de schok. Maar zo werkt het niet. Altijd als mijn vriendin vraagt, ‘kun je misschien iets voor me doen,’ dan zet ik me schrap. Want wat is iets? De was opvouwen, vijftig keer opdrukken, een kast ophalen in Purmerend?
Ik dacht hierover na omdat mijn kapster zo’n momentje had.
‘Oeps,’ zei ze tegen me. Het scheerapparaat ging uit, en daarna was het stil.
Ik probeerde een visioen te verdringen waarin ik met een kaal hoofd naar een verjaardag moest, en vroeg wat er gebeurd was.
Ze was uitgeschoten. De stand die was bedoeld voor mijn nek, had de haren boven mijn oor meegenomen.
Terwijl mijn lichaam een paniekaanval incasseerde, zei ik: ‘Geeft niet.’ (Mijn kapster is tevens mijn vriendin.) En daarna: ‘Mag ik het zien?’
Het viel mee. Het ongeluk had zich grotendeels achter mijn oor afgespeeld, in plaats van erboven, dus eigenlijk was er niets aan de hand.
En toch was ik een volle minuut kaal geweest.
In 1982 zei de piloot van British Airways-vlucht 9 tegen zijn passagiers: ‘Dames en heren, hier spreekt uw gezagvoerder. We hebben een klein probleem.’ Om er vervolgens aan toe te voegen: ‘Alle vier de motoren zijn uitgevallen.’
Dus, samenvattend: welke manoeuvre je ook probeert, iedere omweg maakt het probleem alleen maar groter.
Even googelen leert me dat ik hierin word gesteund door de medische theorie. ‘Pogingen om het “zachter” of “indirecter” te brengen,’ aldus kennisplein Zorg voor Beter, ‘brengen verwarring of extra boosheid bij de ontvanger.’ Mijn idee.
Toen ik voor het eerst in mijn leven een klap in mijn gezicht kreeg – een vuistslag, zoals de kranten dat zo mooi zeggen – was dat een verrassing. Eerst nam ik een slokje bier in een gezellige kroeg, en het volgende moment stond mijn hoofd scheef. Pas achteraf kon ik zien hoe kwetsbaar ik tijdens dat slokje was geweest.
Misschien bestaat gevaar ook wel alleen in de verbeelding. Wie zich niets kan voorstellen, hoeft nergens bang voor te zijn.
Gelukkig zijn er schrijvers om dat te voorkomen. Dames en heren, hier spreekt uw columnist: over honderd jaar zijn we allemaal dood.