Als we meer over het virus willen leren, naar wie moeten we dan luisteren? Dat klinkt als een simpele vraag (deskundigen), maar is bij nader inzien toch wat ingewikkelder. Sla maar eens een krant open. Zowel de meningen als de inhoudelijke bijdragen vliegen je om de oren, en het onderscheid tussen de twee is soms volstrekt onduidelijk.
Even vanaf het begin. Een deskundige is iemand die over een bepaald onderwerp veel weet. Eddy de epidemioloog weet waarschijnlijk meer over de verspreiding van ziekten dan Bas de bloemenbinder. Dus wanneer Eddy en Bas samenwonen, doet Bas er goed aan af en toe naar Eddy te luisteren om meer over de verspreiding van het coronavirus te weten te komen.
Toch is daar lang niet alles mee gezegd. Want wanneer Eddy de epidemioloog zegt dat iedereen in Nederland thuis moet blijven, omdat anders binnen twee jaar dertig procent van alle Nederlanders dood zal zijn, kan Bas de bloemenbinder nog steeds zeggen dat hij daar helemaal geen zin in heeft. Dat hij gewoon naar de kroeg wil, ongeacht het mogelijke aantal doden over twee jaar. Dat is een mening, en hoewel de mening van Eddy is gebaseerd op meer informatie, blijft ook zijn oordeel een mening. Eddy heeft dus de werkelijke cijfers, maar wat we daarmee moeten, is niet alleen aan hem.
Het wordt een ander verhaal wanneer Bas zegt dat Eddy uit zijn nek lult. Dan zou Bas zich op glad ijs begeven, omdat hij dan juist wel het terrein van de deskundigheid betreedt. Of Eddy uit zijn nek lult, is afhankelijk van informatie, cijfers, statistiek, waar Bas de bloemenbinder waarschijnlijk veel minder van weet dan Eddy. Al hoeft ook dat natuurlijk niet het geval te zijn. Misschien zit Bas iedere avond met zijn neus in de epidemiologische boeken. Maar dan moet hij met betere argumenten komen dan dat Eddy uit zijn nek lult. Wie de deskundige van inhoudelijk repliek wil dienen, moet argumenten leveren, anders maakt hij zichzelf onschadelijk, en terecht.
Maar ook Eddy heeft een verantwoordelijkheid. Hij moet namelijk de argumenten leveren die zijn expertise bewijzen. Hij kan hierbij natuurlijk naar artikelen, boeken en andere naslagwerken verwijzen, maar hij kan niet zeggen: ik weet er alles van, dus geloof mij maar. Ook iemand die over een bepaald onderwerp veel weet, kan zich lelijk vergissen. Sterker nog, iemand die over een bepaald onderwerp veel weet, kan de verhoudingen uit het oog verliezen, waardoor hij veel te grote conclusies trekt over de hele wereld, omdat hij alleen maar de gevaren in zijn eigen vakgebied ziet.
Gelukkig is er Johnny de journalist, die Eddy hierbij kan helpen, zodat Eddy lekker verder kan met zijn werk. Johnny dient als een soort vertaler van Eddy, zodat ook Bas naar Eddy kan luisteren. Mocht Bas aan de vertaling van Johnny de journalist niet genoeg hebben, dan kan hij natuurlijk alsnog bij de onderzoeken van Eddy zelf te rade gaan.
Tegenwoordig wordt ook Bas vaak serieus genomen, maar niet vanwege zijn deskundigheid. Johnny de journalist neemt Bas serieus omdat iedereen recht heeft op een mening. We leven in een democratie, dus de mening van Bas is evenveel waard als die van Eddy, is de gedachte. Dat klinkt eerlijk, maar klopt van geen kant, tenzij Bas op eigen houtje even deskundig als Eddy is geworden. Dat de mening van Bas evenveel waard is als die van Eddy, geldt zeker in het stemhokje, maar al een stuk minder in de krant.
Zolang Bas geen kennis heeft over de onderwerpen, heeft zijn mening geen enkele andere waarde dan een gemiddelde mening over ribbelchips: gezellig om te bespreken, maar niemand wordt er wijzer van. Zolang Bas geen deskundige is, is zijn antwoord op de vraag hoeveel mondkapjes we nodig hebben, alleen relevant voor mensen in zijn omgeving. Goh, dus dat vindt Bas.
Helaas zijn vele journalisten doodsbang om Bas niet serieus te nemen. Zoals gezegd kent ook deskundigheid haar grenzen, dus die angst is in gezonde hoeveelheid terecht, maar veel vaker leidt die angst tot een soort paranoia, waarin het verschil tussen de mening van Bas en de inhoudelijke analyse van Eddy compleet vervaagt. De journalist durft niet te zeggen dat de mening van Bas geen enkele relevantie heeft zolang er geen inhoudelijke argumenten worden gegeven, waardoor de toehoorder het idee krijgt dat Bas het misschien wel veel beter weet, want die mening van hem ligt zo lekker in de mond, terwijl de analyse van Eddy naar spruitjes ruikt.
En dan worden er ook nog eens vele columns geschreven en gesprekken in talkshows gevoerd door mensen die nauwelijks van Bas te onderscheiden zijn. Ze hebben nergens echt verstand van, maar ze praten wel mee, omdat ze van praten hun werk hebben gemaakt. De hoop is in zulke gevallen dat de columnist dezelfde waarden heeft als de journalist, en dat hij een poging doet om orde aan te brengen in de gigantische stromen aan beschikbare informatie. Helaas gebeurt dat maar weinig. Veel columnisten zijn inderdaad precies als Bas, of zelfs nog veel schadelijker dan Bas, omdat ze zich voordoen als Eddy.
Kortom, zolang Johnny de journalist duidelijk onderscheid maakt tussen Bas de bloemenbinder en Eddy de epidemioloog, maar ook tussen de inhoudelijke analyse van Eddy en de mening van Eddy, is er weinig aan de hand. Dan kan Arie de automonteur een geheel eigen mening vormen, gebaseerd op de meest relevante informatie. Het is alleen te hopen dat Arie inderdaad naar Johnny de journalist luistert, en niet naar Bas die zich voordoet als Johnny die zich voordoet als Eddy. Dus alle hoop is gevestigd op jou, lieve Arie.