Ga naar de inhoud

Hoe een denker zijn gevoelens onderdrukt

Als iemand mij vroeger had verteld dat ik mijn gevoelens onderdrukte, had ik hem voor gek verklaard. En terecht, want ik voelde van alles. Maar toch had die persoon gelijk gehad. Want wat ik voelde, was voornamelijk angst. De paniekerige aarzeling vlak voor een emotie, waarin je de controle over jezelf dreigt te verliezen. In die aarzeling, of beter gezegd in die paniek, ben ik heel vaak vast komen te zitten.

Wat ik op zo’n moment deed, was nadenken. Ik dacht overal over na. Iedere keer dat ik boos werd, of verdrietig, wilde ik eerst weten waarom. Ik wilde zeker weten dat mijn reactie terecht zou zijn. Daar valt wat voor te zeggen. Het is onzinnig om een energieverkoper met de dood te bedreigen. Maar die invloed kun je alleen uitoefenen op de handeling, niet op de emotie – en daar het verschil tussen vinden, dat is een kunst.

De fout die ik maakte, en nog steeds vaak maak, was al ingrijpen nog voordat een gevoel de kans had om gevoeld te worden. Dat klinkt nogal zweverig, dus dat zal ik duidelijker maken: een gevoel is een verwerking van een botsing tussen twee momenten. Eerst is er geen irritante energieverkoper, dan wel – en daartussenin bevindt zich mijn reactie op de verandering van de situatie.

Wanneer ik dat gevoel niet toelaat, verlies ik ook geen controle, en kan ik de energieverkoper te woord staan alsof ik blij ben met zijn komst. Als ik dat vaak genoeg oefen, ben ik nooit meer bang voor mijn emoties. Dacht ik. Maar dat dacht ik helemaal verkeerd. Want ik val niet te controleren. Mijn gevoelens zijn er, en die heb ik te accepteren. Ik kan ervan vinden wat ik wil, maar verdwijnen doen ze nooit. Wat er gebeurt als ik mijn gevoelens onderdruk, of negeer, of ontken, is dat ik afstand neem van mezelf, en verdwijn in mijn eigen hoofd.

De enige plek waar ik veilig afgeschermd ben van mijn gevoelens, is uit mijn lichaam en in mijn gedachten – en dan wordt alles grijs. Wie negatieve gevoelens uitsluit, doet dat ook met positieve gevoelens, want de afstand houdt alles tegen. Ik heb niet steeds meer controle, maar een steeds kleinere wereld, waarin alles wat ik niet begrijp gevaarlijk is, waaronder – nog steeds – mijn eigen gevoelens, die onder de oppervlakte borrelen. Wat een rijke, voortdurend groeiende ervaring van het leven had kunnen zijn, verwordt tot een combinatie van angst, leegte en eenzaamheid.

Maar ook als iemand me dit allemaal had verteld, had ik diegene voor gek verklaard, want ik kon niet anders. Omdat ik geen idee had wat het betekende om een gevoel toe te laten. Wat ik dacht, was dat je een gevoel toelaat als je je erop concentreert, maar dan zit je nog steeds in je hoofd. Je bent je niet bewust van het gevoel in je lichaam, maar van het effect dat het naderende gevoel heeft op je gedachten.

De enige manier om hieruit te ontsnappen, is doen wat iedere denker verafschuwt: niet proberen te begrijpen, alleen nog maar voelen. Zonder reden. Natuurlijk wel met een reden, want wie voelt, kan zijn grijze wereld weer kleur geven, maar die reden speelt geen rol in het proces dat daarvoor nodig is. Gooi de logica overboord, en voel wat je voelt. Dan kun je er daarna, als de ontlading is geweest, over nadenken. Maar niet andersom.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *