Ga naar de inhoud

De betovering van A Perfect Day for Bananafish door J.D. Salinger

Ik herlas Nine Stories, de verhalenbundel van J.D. Salinger, en werd opnieuw verliefd op A Perfect Day for Bananafish. Dat gebeurt nu al voor de vierde of vijfde keer in mijn leven, dus vond ik het tijd om eens te onderzoeken wat dat verhaal zo bijzonder maakt. Uiteraard is het enige juiste antwoord: het geheel, maar dat is te saai voor een beschouwing, dus verplicht ik mezelf om concreter te zijn. Als ik maar één reden mag noemen, welke zou dat dan zijn?

Omdat ik meteen de al te menselijke behoefte voel om mij te onderscheiden van al die andere bewonderaars van Salinger, zal ik eerst enkele redenen noemen die ik niet heb gekozen.

Ik heb niet gekozen voor het slot, waar het verhaal om bekend staat, en dat ik in de volgende zin van dit stuk zal verklappen, dus als je niet wilt weten hoe het afloopt, is dit het moment om weg te klikken. In de laatste zin schiet een van de personages, Seymour, zichzelf met een pistool door het hoofd. Het is goed opgebouwd, komt als een verrassing maar toch ook niet, zoals dat hoort bij een overtuigende plottwist, vergeef mij dat vreselijke woord, en het contrast tussen de afgrond die ineens in hem zichtbaar wordt en de aandoenlijke manier waarop hij zich vlak daarvoor nog tot een peuter genaamd Sybil verhield, is beangstigend. Maar meer ook niet. Het verhaal is ook veel te kort om het van een onverwachte wending te moeten hebben. En belangrijker nog: de plottwist, vergeef mij opnieuw, verliest zijn kracht bij herlezing, terwijl het verhaal voor mij iedere keer even goed blijft, soms zelfs beter wordt.

Ik heb ook niet gekozen voor de symbolische betekenis van de titel, die terugkomt in het verhaal zelf wanneer Seymour op het strand aan Sybil uitlegt dat bananafish vissen zijn die in een gat zwemmen omdat ze de bananen willen opeten die zich daarin bevinden, waarna de vissen zo dik worden dat ze niet meer door het gat passen, en dus niet meer de vrije wereld in kunnen zwemmen. Ja, misschien is het een metafoor voor het kapitalisme, waarin mensen zichzelf volvreten met spullen en niet meer terug kunnen naar het simpele, het gewone. Het zal me een worst wezen. Al te opzichtige symboliek vind ik al gauw nietszeggend, een losstaand idee gespeend van betekenis. Een symbool moet per ongeluk ontstaan of op z’n minst per ongeluk lijken te zijn ontstaan, anders is het een kunstje, een trucje van de schrijver die de nadruk zo duidelijk legt op het figuurlijke, dat het juist weer letterlijk wordt. Dit is een gordijn. Het gordijn staat voor geslotenheid. Als een gordijn staat voor geslotenheid, en niet meer voor een gordijn, is er alleen nog het platte concept van de geslotenheid. Symbolen moeten ongrijpbaar zijn, net genoeg zeggen om er verbanden in te ontdekken die zich overal voordoen, maar die nergens precies passen, zodat ze nooit kunnen worden platgewalst door de terreur van de allesomvattende interpretatie.

Tot slot kies ik ook niet – zelfs niet, kan ik beter zeggen – voor de dialogen, die zoals zo veel dialogen van Salinger briljant geschreven zijn, dichter bij perfectie dan voor de mens mogelijk zou moeten zijn.

Wat het verhaal voor mij zo goed maakt, ja, daar komt ie dan eindelijk, is het ritme. Ik kan de teleurgestelde zucht van de lezer al horen terwijl ik dit schrijf, want het ritme, dat klinkt nog saaier dan een plat symbool, maar het antwoord wil ik niet beschrijven in een theoretische verhandeling, het antwoord zal ik geven op de enige manier waarop het recht doet aan het verhaal: een passage.

Toch wil ik, voordat ik dat doe, Joan Didion citeren.

As a writer, even as a child, long before what I wrote began to be published, I developed a sense that meaning itself was resident in the rhythms of words and sentences and paragraphs, a technique for withholding whatever it was I thought or believed behind an increasingly impenetrable polish.

Ik bedoel maar, zou ik daaraan toe willen voegen, omdat eigenlijk iedere toevoeging te veel is. Het ritme is de meest concrete aanwijzing dat er veel meer aan de hand is dan alleen wat er staat, of juist niet, maar dan is de illusie te overtuigend om nog echt een illusie te zijn, een kunstje, een trucje dat is gelukt. Door het ritme lijkt het niet eens meer uit te maken wat er staat, zolang je die stem maar blijft horen, omdat de stem je het gevoel geeft dat niets zo belangrijk is als dit verhaal, deze zin, dit woord.

Wat mij betreft is het ritme in A Perfect Day, want ik mag A Perfect Day zeggen, op zijn best in het begin, waardoor je onmiddellijk wordt meegesleurd. Goed, en dan is nu, na een opbouw die voor de kritische lezer alleen maar tot een anti-climax kan leiden, maar dat maakt voor de fijnproever niet uit, het woord aan de meester.

There were ninety-seven New York advertising men in the hotel, and, the way they were monopolizing the long-distance lines, the girl in 507 had to wait from noon till almost two-thirty to get her call through. She used the time, though. She read an article in a woman’s pocket-size magazine, called “Sex Is Fun-or Hell.” She washed her comb and brush. She took the spot out of the skirt of her beige suit. She moved the button on her Saks blouse. She tweezed out two freshly surfaced hairs in her mole. When the operator finally rang her room, she was sitting on the window seat and had almost finished putting lacquer on the nails of her left hand.

She was a girl who for a ringing phone dropped exactly nothing. She looked as if her phone had been ringing continually ever since she had reached puberty.

With her little lacquer brush, while the phone was ringing, she went over the nail of her little finger, accentuating the line of the moon. She then replaced the cap on the bottle of lacquer and, standing up, passed her left – the wet – hand back and forth through the air. With her dry hand, she picked up a congested ashtray from the window seat and carried it with her over to the night table, on which the phone stood. She sat down on one of the made-up twin beds and – it was the fifth or sixth ring – picked up the phone.

2 gedachten over “De betovering van A Perfect Day for Bananafish door J.D. Salinger”

  1. Oh wat doet het mij meer dan plezier om hier net zo’n groot liefhebber van Salinger te treffen als ik zelf al jaren lang ben. Al vanaf ik een jaar of 17 was, wat al heel lang geleden is. Hert begon natuurlijk met De vanger in het graan, wat toen in een Nederlandse vertaling van destijds nog “Eenzame zwerftocht” heette.
    Ik ben aan zijn verhalen verslingerd geraakt. Ik werd getroffen door de opmerking hierboven van Dave dat hij vooral het ritme van A perfect day for bananafish zo bewondert. Door het ritme lijkt het niet eens meer uit te maken wat er staat, zolang je die stem maar blijft horen, omdat de stem je het gevoel geeft dat niets zo belangrijk is als dit verhaal” schrijft hij. Fantastisch! Voor mij geldt dat voor al zijn verhalen, vooral die over de familie Glass. Dank je wel Dave!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *