Ga naar de inhoud

Breaking Bad: geloofwaardiger dan de werkelijkheid

We zijn weer begonnen aan Breaking Bad. Ik was even bang dat het me nu ineens koud zou laten – voor mij is het de derde of vierde keer – maar de eerste aflevering was meteen goed.

Op één scène na.

Skyler zit rechtop in bed, met een laptop op schoot, en Walt ligt ernaast. Omdat het zijn verjaardag is, wordt Walt afgetrokken. Tot zover geen kritiek. Het gaat pas mis op het moment dat Skyler enthousiast raakt. ‘That’s it,’ zegt ze terwijl de dekens op en neer bewegen. ‘There you go. Keep it going. Keep it going.’ En zo gaat dat nog even door. Totdat Skyler bij wijze van climax uitroept: ‘Yes! Fifty-six.’

Oftewel: ze was ondertussen met een spelletje bezig.

Vervolgens kijken Skyler en Walt elkaar aan – hij teleurgesteld, zij schuldbewust – met daarbovenop een dikke laag ironie, onder het mom van: waar zijn we nu toch weer beland?

En dan klinkt de lachband van het publiek.

Nee, dat laatste heb ik zelf verzonnen. Maar het had gepast. Want het is precies zo’n scène uit een sitcom. Ineens zijn de personages ook een beetje toeschouwers, zich net als de kijker bewust van de ludieke situatie, en hoor je de schrijvers in je oor fluisteren dat het tijd is om te lachen.

Maakt dat een scène dan slecht?

Toch niet helemaal, want van Friends kon ik het hebben. Ook is het niet een gebrek aan realisme dat me stoort. De kans dat iemand met de woorden ‘wingardium leviosa’ op afstand een boek de lucht in kan krijgen, met als enige hulpmiddel een stokje dat hij een toverstaf noemt, lijkt me verwaarloosbaar klein, en toch heb ik genoten van Harry Potter.

Alhoewel: als Walt ineens kon toveren, haakte ik af.

Kijk, nu komen we ergens. Het verhaal moet zich dus inderdaad aan bepaalde wetten houden; niet die van de werkelijkheid, maar van het verhaal zelf, de wetten die de schrijvers hebben gekozen.

En trouwens, de werkelijkheid interpreteren we op dezelfde manier. We geloven alleen in wat we ongeveer verwachten.

Je lieve echtgenoot gaat vreemd, of je favoriete dochter handelt in cocaïne, en je ziet het niet. Je gelooft er niet in. Omdat niet de werkelijkheid je referentiekader is, maar de verhalen die je jezelf vertelt.

Wat Breaking Bad zo goed maakt – en daarom steekt die ene scène er zo lelijk tussenuit – is dat het verhaal meteen aannemelijk is, waarna het je steeds verder meesleurt richting het ogenschijnlijk absurde. Je bent overgeleverd aan de schrijvers die een veel geloofwaardiger verhaal vertellen dan jij in je hoofd – dat slappe aftreksel van de werkelijkheid – kunt bijbenen.

In de woorden van Anthony Hopkins aan Bryan Cranston (Walt), toen Hopkins de serie binnen twee weken had verslonden: ‘That kind of work/artistry is rare, and when, once in a while, it occurs, as in this epic work, it restores confidence.’

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *