Kijken naar De Bachelorette, het tv-programma op Videoland waarin een grote groep mannen de goedkeuring van Sylvia Geersen probeert te verdienen, is een worsteling. Wat betreft de heteroseksuele aantrekkingskracht ben ik aartsconservatief: hoe beter de man zijn verlangen naar de vrouw onder controle heeft, des te groter de kans op succes. Dit programma werkt precies andersom.
De kandidaten belagen Sylvia vanaf het eerste moment met onverdiende bewondering. Onverdiend van de mannen, welteverstaan; ze hebben geen idee wie ze is. Het enige wat ze weten, is hoe ze eruitziet, en dat krijgt ze dan ook voortdurend te horen. Wat een mooie ogen, wat een prachtig lijf; dat zijn althans de woorden die ze gebruiken. Uit de paniekerige opwinding in hun blik is iets anders af te lezen: mag ik alsjeblieft met je neuken?
Nu is er met seks, of met de behoefte aan seks, niets mis. Maar zeker voor de vrouw en als hij er goed over nadenkt toch eigenlijk ook wel voor de man, is het leuker als die behoefte zich in eerste instantie onder de oppervlakte bevindt, nauwelijks tot niet benoemd maar altijd aanwezig, waardoor op den duur in alles de suggestie begint door te klinken dat er misschien wel iets staat te gebeuren.
Het is Sylvia, naast mijn fascinatie voor sociale pijn, die me door de moeilijkste scènes heen sleept. Zij heeft de gave van de toiletjuffrouw: zo makkelijk in de omgang dat je vergeet dat ze in staat is om een oordeel over je te vormen. Het helpt de kandidaten overigens nauwelijks. Het helpt voor geen meter, in de meeste gevallen. De mannen zijn te druk met zichzelf en hun eigen vooraf bedachte tactieken om door te hebben hoe makkelijk het ze wordt gemaakt.
Behalve Samé.
Ik wil mezelf niet op de borst kloppen, maar ik ga het toch doen: ik had het al voorspeld. Zodra ik hem aan zag komen lopen, als extra kandidaat pas in aflevering drie, geen gemakkelijke opgave, wist ik dat we hier met een charmante jongen te maken hadden. Dat er camera’s draaiden, en dat er een stuk of vijftien bloeddorstige mannen klaarstonden om hem te verafschuwen, gleed van hem af. Hij had het drafje – hand in de broekzak, glimlach op de mond – van een dagje naar het strand.
Even later zijn Sylvia en Samé voor het eerst met z’n tweeën. Terwijl de andere mannen deze afzondering gebruiken om hopeloos abstracte vragen af te vuren, of wederom te laten weten dat ze geil zijn, doet Samé vrijwel niets – en dat is de kunst.
Het gaat in drie fases.
Fase één: luisteren en afwachten.
Sylvia zegt dat hij een prachtige naam heeft.
‘Dankjewel.’ Hij lacht.
Ze vraagt waar hij vandaan komt: Afghanistan.
‘Heerlijk eten,’ zegt Sylvia. ‘Afghaans eten, o ik hou ervan.’
Samé stemt in en maakt een gebaar met zijn vingers. ‘Rozijntjes, worteltjes.’
Sylvia beaamt hoe lekker dat allemaal is.
Fase twee: spelen.
Hij doet alsof hij verbaasd is, alsof hij zich niet kan voorstellen dat zij rozijntjes en worteltjes heeft gegeten; het gaat nergens over, maar dat hoeft ook niet, en Samé heeft dat door.
Sylvia, quasi-beledigd: ‘Ik kan goed eten hoor.’
‘Nou, is niet te zien.’
Ze lachen op dezelfde frequentie.
Fase drie: Samé neemt de leiding.
Hij vraagt of ze sport.
‘Ja, ik sport veel,’ zegt Sylvia.
Minder charmante mannen zouden doorvragen. Hoe vaak sport je dan, met wie en bij welke gym. In magazines lees je dat vaak: stel vragen, dan leer je elkaar kennen. Maar Samé begrijpt dat er effectievere vormen van communicatie bestaan, dat ritme en toon boven inhoud gaan. Hij neemt een risico. Hij vraagt niet door, maar begint over zichzelf te vertellen. Let op: zonder in de val van het narcisme te trappen. Hij vertelt niet om zichzelf te horen praten, hij vertelt om Sylvia op haar gemak te stellen; ze hoeft niet langer alles alleen te doen. Hij legt uit dat hij normaal gesproken vijf, zes keer per week sport, en dat hij het jammer vindt dat hij de afgelopen dagen weinig heeft kunnen doen.
‘Maar vandaag was ik toevallig om zeven uur wakker,’ zegt hij. ‘Kon ik even mediteren.’
Sylvia, positief verrast: ‘O, je hebt gemediteerd.’
‘En daarna een koude douche.’
Sylvia laat haar kin op een vuist rusten. ‘Goed zo,’ zegt ze, en ze kijkt hem aan alsof er zomaar iets zou kunnen gebeuren, tussen die twee.