Ik leg mezelf ieder jaar een leesdoel op. Niet alleen om daarmee de blits te maken op sociale media, ook om een praktische reden: het is een manier om mezelf eraan te herinneren dat ik lezen leuk vind. Pak nog maar een boek, misschien is het dit keer raak, zeg ik met zo’n streven tegen mezelf. Want als een boek goed valt, en dat gebeurt vaak genoeg, ben ik de gelukkigste man op aarde.
Om anderen in mijn hobby mee te trekken, heb ik drie tips voor mensen die graag meer zouden willen lezen in 2021. Zolang de vaccins worden geregeld door Hugo de Jonge, hebben we immers zeeën van tijd. (Grapje Hugo, iedereen zegt het, dus ik doe mee, maar ik heb eigenlijk geen idee of je het goed of fout doet. Hou je haaks, kerel.)
1. Vind lezen leuk
Dit is geen grap. De enige manier om meer boeken te lezen, is door er plezier aan te beleven. Je hebt op z’n minst een herinnering nodig aan dat ene boek dat je zo goed vond. Of desnoods alleen een citaat dat je op iemands Instagram hebt gezien, waardoor je vanbinnen geprikkeld werd. Er moet een gevoelsmatige aanleiding zijn om een boek te proberen, anders doe je het voor een ander, en dat mislukt altijd.

2. Leg saaie boeken weg
Ja, dit is vloeken in de kerk. Maar vloeken in de kerk is een verademing. Het slechte imago van lezen komt door school. Lezen was net als wiskunde een verplichting, en wat moet, dat is verschrikkelijk. We hebben de neiging om die discipline opnieuw te activeren wanneer we een boek proberen te lezen dat al vanaf de eerste bladzijde ondraaglijk is. Niet doen. Nergens voor nodig. Gooi weg dat ding, en begin aan een nieuwe. Hoe meer boeken je voortijdig afsluit, des te sneller je begrijpt wat jouw voorkeuren zijn.
3. Vergeet het leesadvies van anderen
De niet-lezer die graag veel wil lezen ziet de boekenwereld vaak als een soort piramide. Onderaan liggen de zelfhulpboeken, bovenaan staat Tolstoj, een dode schrijver uit Rusland. Dat is onzin. Als er al een piramide ontstaat, dan komt dat door de ontwikkeling van je eigen smaak. Nooit door het advies van een recensent, of iemand anders die verstand van lezen lijkt te hebben. Lezen is als bowlen. Sommigen zijn er goed in. Anderen slecht. Maar het gaat om de gezelligheid. Zoals een strike waardeloos is wanneer je vader voor je gooit, is Oorlog en Vrede een flutboek als je het leest omdat het moet. Denk ik. Ik kwam zelf niet verder dan bladzijde één.
En dan is het nu tijd voor de #daveschutawards
Dit zijn de beste, slechtste, opvallendste boeken die ik dit jaar las, verdeeld over zelfbedachte categorieën. Doe er je voordeel mee. Of trek je er niets van aan.
Kortste topboek: Schaaknovelle – Stefan Zweig
Beste Engelstalige fictie waarvan ik de film al een keer had gezien: Revolutionary Road – Richard Yates
Beste filosofische essay dat lang genoeg was om een boek op zichzelf te zijn: De egel en de vos – Isaiah Berlin
Mooiste, liefste, leukste sportboek: Kieft – Michel van Egmond
Meest confronterende getuigenissen: De duisternis tegemoet – Gitta Sereny
Slimste politieke analyse: De open samenleving en haar vijanden (deel 1) – Karl Popper
Lekkerste anekdotes: Ischa – Gijs Groenteman
Meest ritmische schrijfstijl waarop ik al na twee bladzijden verliefd was: Mijn beter ik – Renate Rubinstein
Slimste en grappigste boek door iemand anders samengesteld: Arnon Grunberg leest Karel van het Reve – Karel van het Reve
Beste Nederlandstalige essaybundel: De troost van de slapstick – Arnon Grunberg
Beste boek dat ik al eerder had gelezen: Nine Stories – J.D. Salinger
Grootste tegenvaller in de categorie alom bejubeld: Austerlitz – W.G. Sebald (hoed af voor de stijl hoor, daar niet van. Maar teringsaai)
Lekkerste geschiedenisboek: Napoleon, De schaduw van de revolutie – Bart van Loo
Beste boek van iemand die ik via Twitter ken: Een goede nachtrust – Peter Buurman
Grootste lading wijsheid in één roman: Mystiek lichaam – Frans Kellendonk
Beste beetje saaie boek met af en toe een stukje dat zo goed was dat ik ervan moest juichen: Nader tot U – Gerard Reve
Grappigste boek van iemand die allang dood is: Villa des Roses – Willem Elsschot
Beste boek waarin iemand die zelf al buitengewoon intelligent is het werk van iemand anders die nog slimmer lijkt te zijn analyseert: Wittgenstein – Willem Frederik Hermans
Vermoeiendste beschrijvingen van zandvlaktes: Beschermende woestijn – Henno Martin
Beste brieven aan een jonge dichter: Brieven aan een jonge dichter – Rainer Maria Rilke
All-round beste boek van 2020: Albert Speer – Gitta Sereny
Tot volgend jaar. #daveschutawards
O, nu ik je toch spreek
Je kunt je abonneren op mijn artikelen. Daarvoor hoef je alleen even je e-mailadres in te vullen.
